September


1 September

Ik drink mijn koffie op het terras. Een nieuwe gewoonte die ik mezelf heb aangeleerd - 10 minuten vroeger opstaan om op mijn gemak aan de dag te beginnen. Ik trek het dekentje wat dichter over me heen. Mijn blote voeten voelen de koude al op de terrastegels. De Septemberse ochtendhemel is een tikkeltje kil. De buitenlucht voelt al mistig, klam misschien zelfs. De zomer neemt gewillig een stap terug, en brieft de herfst over het voorbije seizoen. Ze is moe, ze is dit jaar vroeg aan haar hoogtij begonnen, in maart al - om er voor te zorgen dat we niet met z’n allen in een Coronadepressie belandden.

Je voelt dat de herfst langzaamaan zijn plaats opeist en koudere ondertonen onze atmosfeer instuurt, terwijl ze de bladeren nu snel warmere ondertonen zal geven. De wonderen der natuur - van helblauwe hemels naar vuurrode, felgele en knaloranje landschappen. Ik ruik de verbrande geur al van de eerste verwarmingstoestellen die sputterend uit hun zomerslaap ontwaken. Het Tiense bietenseizoen is nog net niet begonnen, maar je voelt dat ze op weg zijn vanuit de velden, in mijn hoofd is het een parade van tractors, de grond voor het huis al daverend bij wijze van feestelijke intrede. De meeste mensen zullen zeggen dat deze periode in onze stad de ergste is. De ‘durf te vragen’ – facebookgroepen zullen weer op volle toeren draaien met vragen over de stank. Maar voor mij betekent het ‘thuis’. Het is een vertrouwde geur, de geur van de herfst, van nieuwe schooljaren, nieuwe werkjaren, een nieuw seizoen, een nieuw begin.

Binnen maakt mijn dochter zich klaar voor de eerste schooldag. Ik vraag me af of ze ook met dezelfde spanning uitkijkt naar het nieuwe schooljaar. Toen ik het haar vroeg zei ze dat ze het best spannend vond, maar dat kan ook gewoon te maken hebben met het rare jaar dat we al achter de rug hebben. Het begin van het schooljaar vond ik altijd best speciaal op haar leeftijd. Na een zomer zonder mijn vriendinnen was ik blij dat ik terug naar school mocht. Ik kon uren spenderen met mijn nieuwe potloden, slijper, cursusblokken met lijntjes, ruitjes en dat andere waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren, nieuwe ringmappen met een kartongeur die ik me nog in de neus kan halen en het geluid van het dichtklikken van de nieuwe ringen. Raar, de dingen die je bijblijven. Nieuwe fluostiften, een lat zonder kapjes in, geodriehoeken en passers, ik vond het allemaal heerlijk. Ik zat dan op de grond van mijn zolderkamer met al mijn nieuwe spullen rond me. De verwarming eind augustus al lichtjes aan (want bij ons was het altijd 24 graden), de avonden al afkortend. In mijn tijd waren er nog echte seizoenen, of lijkt dat alleen maar zo? Shit, heb ik dat echt geschreven. Ik word oud.

Ik denk dat mijn standaard nieuwe outfit voor een vers schooljaar een roltrui was, een geruite rok en leren schoenen met veters. De kleuren konden afwisselen, maar het waren allemaal variaties op hetzelfde thema. Ik denk zelfs dat er vaak zo’n kiltspeld door mijn rok stak. Eighties girls, are you with me? Mijn dochter heeft vandaag gekozen voor een zwart kleedje met sterren, een leren jasje en skate baskets. Stoer eerder, terwijl ik 30 jaar geleden eerder voor de academische look ging. Ik nam school ook iets serieuzer dan zij doet, maar kom – terugkijkend naar mijn stressvolle (tot mijn 14de dan toch) schoolcarrière weet ik niet welke benadering het best is eigenlijk. Dat zal alleen de tijd uitwijzen.

Na die eerste dag thuiskomen, begon mijn vader met volle moed en met gemillimeterde precisie mijn boeken en schriften te kaften. De etiketten werden er met de waterpas netjes opgeplakt en geschreven door mijn vader zelf want mijn handschrift was iets te rommelig vermoed ik voor het algemene uitzicht van het boek. In mijn memoires zal ik ook neerschrijven dat we dan pannenkoeken als avondeten aten, terwijl het nieuws opstond en mijn boeken glimmend op de bureau klaarlagen. Misschien heb ik te weinig tradities in het leven, misschien moet ik daar iets aan doen. Gelukkig voor mij heb ik op 3 jaar nog geen enkele boek moeten kaften, al zou ik die taak dan wel doorschuiven naar mijn vader moest die dag ooit komen. Mijn dochter zit dit jaar in de klas bij een juf waar ik ook nog les van heb gehad. Ik vind dat mooi. Die cirkel van de kleinstedige charme. Haar klas was ooit mijn klas, de muffe geur en de geluiden van de deuren krijgt ze er ook zomaar bij, om in onze collectieve moeder-dochter herinneringenpot te steken.

Ach, ik ben niet boos om september. Het geeft me nieuwe energie omdat het ergens ook de druk van de zomer wegneemt. In de zomer heb ik altijd het gevoel dat ik bezig moet blijven omdat de dagen lang duren. Ik voel me schuldig als ik om 20u onder mijn deken kruip terwijl buiten de zon nog schijnt en er (in normale jaren) nog zoveel mogelijkheden zijn om het leven te grijpen voor de zonsondergang.
Nu kan ik tenminste op een vrijdagavond zonder enig schuldgevoel, onder mijn deken naar de misdaadserie op Eén kijken en het gevoel hebben dat alles wat er in de dag zat er ook uit is gehaald.
Laat die bieten maar komen. Laat de geur mijn neus maar penetreren. Ik ben er klaar voor. Ik heb zelfs mijn verwarmingsketel al gewaarschuwd dat het gedaan is met de zomerslaap.

El Gastor

Er zijn mensen die van de Provence houden, mensen die hun hart zijn verloren in Toscane en mensen die hun hart vonden in Andalusië. Ik behoor tot die laatste groep. En dat zit heel diep. Het is emotioneel, het is liefde, het is ontroering. De gele glooiende weilanden, de droge olijfboomgaarden, verlaten fincas, witte prachtige paarden op de heuvels. Rijdend op haar rustige wegen voel ik een sentiment van thuiskomen. Ik open het raam van de auto, ik snuif de geur op, een heerlijke combinatie van olijven en schroeiende hitte, ik steek mijn arm uit, spreid mijn vingers tegen de wind in, als symbool van de vrijheid en het simpele geluk dat zich van me eigen maakt. Een glimlach vormt zich onbewust op mijn gezicht. Ja, het is er nog steeds, de magie van deze streek. De vlinders die ze diep in mijn hart veroorzaakt.
 
Het huis op de berg. Mijn tweede thuis. Het wegje ernaartoe kronkelt zich een weg door de heuvel.
Hoe we dit huis ooit vonden is me nog steeds een raadsel of misschien vond het huis ons…
Het huis ligt afgelegen, verstopt zelfs, alsof het zich wil hoeden voor de mensen die de schoonheid en de details ervan niet zullen appreciëren.
Wij zijn wel welkom – dat voelden we al van bij de eerste keer dat we daar binnenstapten.
Het uitzicht is nog elke keer even hypnotiserend. Het is een plaats waar je niet meer weg wilt omdat het onbedorven is, onaangeroerd door het jachtige leven van elke dag. Het is heel, het is wat we allemaal trachten te zijn.
Ik adem diep in en uit – gewoon voor je uit staren is al therapie, meditatie en extreem helend voor de ziel.
 

 
Tijd is de ultieme luxe, besluiten we tijdens een van de lange gesprekken wanneer we om 20u30 nog aan het zwembad liggen met de laatste zonnestralen op onze lijven. In ons leven in België wordt de hele dag gedomineerd door tijd: op tijd op school, op tijd op het werk, op tijd naar de supermarkt, op tijd koken, op tijd gaan slapen. Ik betrap me erop dat ik op geen enkel moment in mijn dagelijkse leven de tijd uit het oog verlies. Ik weet op elk moment van de dag op een paar minuten na welk uur het is. Ik besef weer wat een stressfactor tijd in ons leven is. En thuis krijg ik die lopende stopwatch nooit afgezet. Hier is dat anders – hier weet ik niet hoe laat het is – we slapen tot ons lichaam zegt dat het uitgerust is, we eten wanneer onze maag begint te knorren, beginnen pas te denken aan kleren aandoen wanneer de zon al even onder is en gaan pas slapen wanneer we de hele sterrenhemel en de melkweg hebben geanalyseerd.
 
Dit is vrijheid, dit is luxe. Dit is schoonheid. Dit is rust. Dit is leven. 
 
Ik rij het onverharde wegje op dat me in 4 minuten naar het dorpje leidt. Helemaal in eerste versnelling de berg op, airco af, muziek af, blazer af, anders kan de arme auto de extreme helling niet aan. Ik rij het dorpje in, de straten zijn allemaal tweerichtingsverkeer, terwijl er maar net éénrichtingsverkeer mogelijk is. Het witte dorpje lijkt te weerkaatsen in het zonlicht. De grootmoeders zitten buiten aan de huizen met hun kleinkinderen. Hun stoelen met het zitje naar de zijkant geïnstalleerd zodat ze de voorbijrijdende auto’s net niet raken. Ik moet 3 keer de berg achteruit terug oprijden om een andere auto te laten passeren. Zo gaat dat hier. Het komt altijd goed, het is soms gokken, wat schietgebedjes en verliezen maar het komt altijd goed. Ochtenden hier zijn bedrijvig, nu de hitte nog draaglijk is. De mannen staan aan de Once om hopelijk de lotterij te winnen en drinken een cafe con hielo in het plaatselijke café, de vrouwen gaan naar de plaatselijke supermarkt, waar je het eerste halfuur niet buitengeraakt omdat boodschappen doen een sociale bedoening is en geen anonieme passage aan de selfscan. De visboer is enkel ’s ochtends open, net als de beenhouwer. Bij de Pollo Assado vind je elke dag kip, behalve op zaterdag – dan maken ze churros. Op bestelling. Voor het ganse dorp.
Voor 21u30 vind je hier niemand op restaurant, maar vanaf 22u komen de families toegestroomd om van de eerlijke, simpele kost van de restaurants waar het menu al 20 jaar niet is veranderd te genieten. Iedereen kent hier iedereen, de kinderen zijn hier geen aanhangsel van de ouders – maar echte individuen. Ze dragen allemaal te korte broekjes en kleedjes, ook zo typisch Spaans, bedenk ik me. Er is geen muziek in de restaurants, dat hoeft ook niet, het geroezemoes van de Spanjaarden en de kletterende borden is vermakelijk genoeg. Niets is hip hier, niets gaat om het uitzicht, alles gaat over de inhoud. 
 

 
 
De ochtenden in bed met koffie van de koffiezet met uizicht op mijn berg.
De voormiddagen snuisterend door de boeken in mijn favoriete huis.
De late lunchen op het terras met watermeloen, tomaten en feta.
De namiddagen wegdoezelend in mijn ligstoel met op de achtergrond het spetteren van man en kind in het zwembad, de schapen met hun altijdrinkelende bellen rond hun nek en een eenzame haan die zich ook niet bewust is van de tijd.
De zonsondergangen met tinto de verano als hoogtepunt van de dag.
De ritten in het donker naar het restaurant en terug.
De nachten kijkend naar de maan, de duizenden sterren en hun reflectie op het meer beneden.
Het wakkerworden in het midden van de nacht door honden die zich wolven wanen en alleen ’s nachts van zich laten horen, om een niet aanduidbare reden.
 
Dat alles is my happy place.
Mijn haven.
Mijn klein paradijs.
Dit is wat je niet ziet op de foto’s.
Het is niet vatbaar op een instabeeld.
Mijn man geeft het huis een handkusje wanneer we weer moeten weggaan.
Ik glimlach en doe hetzelfde.
Een traan biggelt over mijn wang in de vroege ochtend voor we vertrekken.
Enkel de maan heeft het gezien. Het meer glinstert in haar licht.
Misschien is het meer wel volgeraakt met tranen van mensen die moeten vertrekken.
Tot volgend jaar, droomplek.
Ooit blijf ik gewoon hier.

Biarritz

 


 
Ik daal het paadje af naar het drukbezochte restaurant La Plancha aan de kust van Biarritz. Op het krijtbord staat 'le capitaine vous attend'. De grijze gebruinde man met kapiteinspet en een zwart linnen hemd met een piraat op waant zich de koning van zijn zelfgemaakt gegeerd culinair koninkrijk. Hij schrijft mijn naam op de lange wachtlijst, vraagt d'ou je viens en begint dan een lofzang over de schoonheid van mijn naam alvorens hij me vertelt dat we waarschijnlijk nog een uur zullen moeten wachten op een tafeltje, avec le sourire bien evidemment. Op de achtergrond speelt een remix met de woorden uit een interview van Jacques Brel, die een monoloog houdt over dat talent niet bestaat. "Le talent n'existe pas, c'est d'avoir l'envie de faire quelque chose". 
 
Toevallig wel, de laatste keer dat ik hier was en op het strand aan het ronddolen was, mijn tenen begravend in het zand om weerstand te bieden tegen de hevige golven van de machtige oceaan, kwam ik uit het niets een charismatische oudere man tegen. Een schilder, met diepe rimpels, zijn huid gebruind en verweerd door jaren van zon en zilte lucht. Hij knoopte een gesprek aan met me, alsof ik hem al jaren kende. Over diezelfde Brel, die woordkunstenaar met de stem die me met één zin tot tranen kan roeren. Over de kracht van woorden. Over de schoonheid. Over het leven. En net als hoe hij op het verlaten strand verschenen was, verdween hij weer even snel achter de rotsen. Soit. 
 
De muziek bracht me even terug naar die onverwachte ontmoeting in de branding. Het klinken van de glazen van de mensen naast me brengt me terug naar het trapje waarop ik me heb gezet en attendant van onze tafel. De zon geeft het mooiste van zichzelf op dit uur. Ik glimlach naar Koning Piraat. Na een glas Rosé en nog wat groovy Franse plaatjes van achter de dj-booth grijpt Koning Piraat opeens de microfoon om zijn wachtend volk toe te spreken. Hij doet me denken aan één van de voor mij typisch Franse tv-presentatoren van een variétéshow op zondagmiddag toen ik klein was bij mijn grootouders in de zetel. Hij begint een hele speech over hoe hij al 33 jaar het restaurant met amour runt om dan over te gaan op het luid uitroepen van mijn naam op de tonen van de muziek. De tafel is klaar, gedesinfecteerd en al. De merluz a la plancha wacht op me. Maar ik kom voor de aardappel in de schil, met de meest zalige bieslookcrèmesaus. Een extra potje saus voor la petite Belge, dat hoef ik niet eens meer te vragen...

Chasing Sunsets - op zoek naar de perfecte zonsondergang in Tienen

“A large drop of sun lingered on the horizon and then dripped over and was gone, and the sky was brilliant over the spot where it had gone, and a torn cloud, like a bloody rag, hung over the spot of its going. And dusk crept over the sky from the eastern horizon, and darkness crept over the land from the east.”

John Steinbeck - Grapes of Wrath
 ---------------------------------------------
Zonsondergangen hebben altijd een speciale aantrekkingskracht op me gehad.
De dag die de fakkel doorgeeft aan de nacht.
De zon die de maan kust.
Overal waar ik kom, zoek ik altijd het beste plekje om naar dit stukje pracht te kijken.
 Alleen in Tienen had ik dat nog nooit gedaan.
Thuis neem je vaak niet de tijd om even stil te staan in de avond rush.
De laatste maanden is die tijd er wel
De laatste maanden is die nood er wel

De zon en de maan zijn voorspelbaar
Zekerheden in dit onzekere bestaan

Een houvast, ademruimte
De zon gaat onder en komt morgen terug op
Elke zonsondergang houdt de belofte van een nieuwe dag

And then we will try again...
------------------------

Eentje voor elke dag van de week, deze week neem ik je mee naar:


1. Breisem, Tienen
 
Op het einde van de Breisemstraat, neem de linkse veldweg en wandel into the sunset


 
2. Het Aardgat, Tienen

 Einde van de Grijpenwegstraat, Tienen




3. Militaire begraafplaats, Sint Margriete Houtem 

 


 4. De Terrassen, Kumtich

 Veldweg aan de Sint Barbarakapel


 5. De Pallox, Hoxem




6. Oorbeekse velden, aan de E40



7. Vissenaken, Denneboomweg

 



 “Soon it got dusk, a grapy dusk, a purple dusk over tangerine groves and long melon fields; the sun the color of pressed grapes, slashed with burgandy red, the fields the color of love and Spanish mysteries.”
Jack Kerouac, On the Road

Over prenatale perikelen, moeder zijn, en sometimes you get what you need



8 jaar en 6 maanden geleden kwam ik te weten dat ik zwanger was, onverwacht, ongepland maar wel gewild. De dag dat ik mijn hoofd niet langer in het zand kon steken en moest toegeven aan mezelf dat een test echt niet langer kon uitgesteld worden staat voor altijd in mijn geheugen gegrift.
Ik was niet bezig met moeder worden op dat moment, ik had niet het gevoel dat ik daar al klaar voor was. Maar ben je daar eigenlijk ooit echt klaar voor? Als ik had kunnen kiezen, waarschijnlijk niet.

Ik zat die donkere regenachtige oktoberavond perplex in de zetel zonder licht aan, met mijn jas nog aan, na een eerste test op het werk gedaan te hebben, en nog een test gaan halen te zijn, die allebei positief bleken te zijn. Ik staarde uren voor mij uit, als verslagen, alsof er op dat moment een deel van mezelf was verloren gegaan. Ik wilde nog ‘leven’, ik wilde reizen, ik wilde een carrière, ik wilde op restaurant, ik wilde mezelf ontplooien, ik wilde geen ander ‘lijf’, geen identiteit als mama, ik was Lisa en ik had nog zoveel te ontdekken, dacht ik. Mijn kijk op het leven was heel egocentrisch. Dat leek op dat moment voorgoed gedaan te moeten zijn. Ik besef dat dit geen populaire uitspraak is, je moet blij zijn als je zwanger bent, net zoals je blij en gelukkig moet zijn als je net een kind hebt gekregen. Dat hoort zo. Gelukkig is het taboe op de postnatale depressie meer en meer aan het verdwijnen. Op de prenatale depressie daarentegen ligt nog steeds een enorm taboe. Vele vrouwen durven er niet mee buitenkomen. Niet onlogisch, afgaande op de reactie van de gemiddelde toeschouwer. Die gaan er de facto van uit dat elke zwangerschap goed nieuws is, en vragen ze wel naar de kwaaltjes maar niet naar de mentale toestand en als je toegeeft dat je een leven met de baby niet (altijd) ziet zitten, valt er een pijnlijke stilte. Of komt het verwijt dat je ondankbaar bent, omdat zovelen geen kinderen kunnen krijgen. Daarom wordt er gezwegen, en blijft het taboe gehandhaafd. Maar het rouwen om je oude 'ik' is een realiteit, pre of postnataal.

Gelukkig duurt een zwangerschap lange maanden en lukte het me met elke nieuwe maand en vanaf dat ik haar voelde bewegen en haar hartje kon horen golven met de ‘angelsounds’ om meer en meer verbonden te geraken met dat spook in mijn groeiende buik. Mijn zelfvertrouwen begon te groeien, de tijgermama in mij ontwikkelde zich in mijn hart, net zoals de kilo’s op mijn heupen.
Hetzelfde moment dat ik dat veel te kleine baby’tje voor de eerste keer in mijn armen hield, was ik een tijgerin met haar welpje. Mama wist het beter vanaf dat moment, het is mijn kind en ik weet hoe dat moet, en ik heb niemands advies van doen.

Weg depressie, weg onzekerheid, weg ‘mijn leven is voorbij’, ik neem je wel op sleeptouw, mijn kleine Pet, in mijn leven, en op reis, en naar mijn werk, en op restaurant.


Die eerste jaren waren enkel voor haar en voor de moeder die ik in mijn hoofd moest zijn. Ik besef nu pas echt dat ik mijn dochter 2 jaar lang uit haar middagdut heb laten halen toen ik halve dagen werkte, omdat ik de schuld niet aankon om haar in de creche te laten, terwijl ik gewoon thuis was, ook al sliep ze. Nu zie ik hoe gestoord dat was en vooral onnodig. Maar dat voelde juist op dat moment (sorry, Petteke). Elke seconde bij dat kind zijn, mezelf volledig aan de kant schuiven. Mijn vriendinnen met kinderen nu verklaren me gek, ik ook, als ik terugkijk.


Later heb ik geleerd dat het belangrijker is dat mijn dochter ziet wat ik haar wil meegeven, en niet persé de uren die we spenderen. Ik hoef geen perfecte moeder te zijn, gewoon een goeie, eentje die er echt is voor haar kind. Ze hoeft niet te leren een ‘perfectie’ na te streven, zoals ik tevergeefs zoveel jaren heb geprobeerd, je wordt immers niet gelukkig van het nooit genoeg zijn. (note to self)



Ik ben een echte moederkloekmama, chaotisch, niet altijd even consequent, niet altijd geduldig, niet altijd even aandachtig, niet altijd even creatief, maar het kind ziet mij graag, veel te graag zelfs volgens haarzelf, en ik zie haar graag, met alle liefde die ik in me draag. Ze ziet mij groeien en ik zie haar groeien.



Dit allemaal om te zeggen dat, een kind krijgen, ook al wist ik op het moment van zwanger worden niet wat een positieve impact ze zou hebben op mij, uiteindelijk het mooiste geschenk was. En dat zij geweldig is en dat zij van mij iemand heeft gemaakt die ik nooit had kunnen zijn zonder haar. Ze heeft me opnieuw gedefinieerd. For the better.
 
En ook al was ik niet zeker dat zij was wat ik wilde in die prille maanden zwanger zijn, ze was en is nog steeds wat ik nodig had en heb om te kunnen worden wie ik moe(s)t zijn. Om het met The Rolling Stones woorden te zeggen. Dus prenatale depressie, postnatale, of geen enkele, we zien allemaal onze kinderen graag en we doen elke dag ons best voor hen en door hen ook voor onszelf, want ze houden ons nauwlettend in de gaten.
Ze leren wat liefde is van ons, ze leren wat zelfwaarde is van ons.
Om ze zo te laten worden wie zij moeten zijn.


Dus misschien zijn we elkaars mooiste geschenk wel. Vandaag zo, op Moederdag.